Algemeen
Ten aanzien van overgangsnormen gelden in het algemeen de volgende punten:
1. Leervakken zijn examenvakken, met uitzondering van tekenen en muziek in de onderbouw
2. De docentenvergadering is bevoegd om het recht op doubleren van een leerling in te trekken wanneer het eindrapport volgens de onderstaande normen onvoldoende is en bovendien het in die normen genoemde aantal (onvoldoende) cijfers ten minste één hoger is, of het genoemde puntentotaal ten minste één punt lager is, dan in de norm aangegeven (deze regel geldt niet voor de brugklas).
In formele zin komt deze bevoegdheid neer op het recht om een advies aan het bevoegd gezag (de rector) uit te brengen om tot verwijdering van de desbetreffende leerling over te gaan. Om van dit recht gebruik te kunnen maken dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:
- Het docententeam spreekt tijdens de rapportvergaderingen over het voorlaatste rapport het voornemen uit om voor een bepaalde leerling van deze bevoegdheid gebruik te gaan maken.
- De leerling en ouders worden door de afdelings-conrector mondeling hiervan op de hoogte gebracht.
- Het gesprek wordt schriftelijk aan de ouders bevestigd met het verzoek de brief voor kennisneming getekend te retourneren. De afdelingsconrector ziet erop toe dat de bevestiging wordt ontvangen.
- Medio juni brengt de afdelingsconrector tussentijds verslag uit aan de ouders.
- Dit gesprek wordt schriftelijk aan de ouders bevestigd.
- Tijdens de eindvergadering neemt het docententeam een besluit of de maatregel wordt geëffectueerd dan wel wordt ingetrokken. Bij effectuering van de maatregel formuleert het docententeam een advies aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een besluit over verwijdering van de leerling, waarna het protocol 'verwijdering van een leerling' in werking treedt.
3. Leerlingen die een voldoende eerste, tweede en derde rapport, maar een onvoldoende overgangsrapport hebben, worden in elk geval besproken.
In uitzonderlijke gevallen kan hierna beargumenteerd bevordering plaatsvinden.
4. Als regel is het op onze school een leerling niet toegestaan eenzelfde leerjaar gedurende meer dan twee schooljaren te volgen (dubbel doubleren).
Ook staat de school (de docentenvergadering) niet toe, dat een leerling het onderwijs in twee opeenvolgende leerjaren gedurende meer dan drie schooljaren volgt. Deze regeling geldt ook, wanneer een leerling op een andere school reeds doubleerde. Bij gewichtige redenen kan de docentenvergadering (2/3 meerderheid) van deze regeling afwijken. Afgewezen eindexamenkandidaten hebben het recht het examenjaar over te doen, tenzij de docentenvergadering anders beslist.
|
|
|
Examennormen (nog geldend voor het examen in 2012)
De examennorm (vernieuwde tweede fase) ziet er als volgt uit. De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd
- indien hij:
* voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
* voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;
* voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, dan wel
* voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt.
-indien geen van de eindcijfers van de vakken uit het combinatiecijfer* lager is dan 4;
* Het combinatiecijfer komt tot stand door het rekenkundig gemiddelde van de, op gehele cijfers, afgeronde eindcijfers van de samenstellende vakken te berekenen. Op de havo betreft dat de vakken maatschappijleer, levensbeschouwing en het profielwerkstuk, op het vwo de vakken ANW, maatschappijleer, levensbeschouwing en het profielwerkstuk.
- indien de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, zijn beoordeeld als "voldoende" of "goed" en
- indien het gemiddelde van alle cijfers gehaald bij het centraal examen (dat zijn cijfers met één decimaal) minstens 5,5 bedraagt.
De onderstaande tabel geeft wat betreft de cijfergegevens een kort overzicht van de mogelijke cijferlijsten waarmee een kandidaat slaagt voor het examen met de vernieuwde tweede fase.
Onvoldoenden |
Rest cijferlijst |
Vereiste compensatie |
geen |
alles 6 of hoger |
geen |
5 |
rest 6 of hoger |
geen |
4 |
rest 6 of hoger |
7,7 of 8 |
5,5 |
rest 6 of hoger |
7,7 of 8 |
4,5 |
rest 6 of hoger |
7,7,7 of 7,8 of 9 |
Aanvulling voor de examens vanaf 2013
De minister en de Tweede Kamer hebben in het najaar van 2009 besloten dat de volgende extra eis aan de examennorm zal worden toegevoegd voor de examens gehouden vanaf mei/juni 2013. Daar krijgen dus alle leerlingen die in het schooljaar 2011- 2012 in klas 4H of 5V zitten al mee te maken: "Bij de eindcijfers (het op gehelen afgeronde gemiddelde van SE en CE cijfer) is hoogstens één vijf en geen 4 of lager cijfer voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (in geval een kandidaat geen wiskunde heeft, geldt de regel alleen voor Nederlands en Engels)."
Overgangsnormen bovenbouw (niet-examenklassen)
Op basis van de examennormen worden de overgangsnormen voor de tweede fase vastgesteld. Hierbij geldt het volgende uitgangspunt:
- Een rapport is voldoende als het aan de examennorm voldoet (hierbij geldt ook de eis dat de handelingsdelen voor alle vakken zoals genoemd in het PTA zijn afgerond).
- Een rapport dat voldoende gemaakt kan worden met precies één reparatie, dat wil zeggen door één cijfer met één punt op te hogen, is zwak.
- Een rapport waarbij de handelingsdelen die in het PTA zijn opgenomen, niet zijn afgerond, is zwak.
- Een rapport waarbij het gemiddelde van alle afgeronde cijfers gehaald voor het SE lager dan 5,5 is (de SE-cijfers zijn de gemiddelde cijfers van alle examentoetsen voor alle vakken afgerond op één decimaal), is zwak.
- (geldt alleen voor de overgang van 5 vwo naar 6 vwo) Een rapport dat voldoet aan de eisen voor een voldoende rapport, terwijl één van de afgeronde eindcijfers van het combinatiecijfer lager dan 6 is, is zwak.
- Alle overige rapporten zijn onvoldoende.
Op alle overgangsrapporten worden de resultaten in gehele cijfers gegeven. Vakken die boven de minimum vereiste studielast zijn gekozen, worden gewoon als examenvakken beschouwd en bij de overgangsnorm betrokken, tenzij de leerling te kennen geeft dit extra vak/deze extra vakken te laten vallen.
In 4 vwo is het eindcijfer voor het vak levensbeschouwing direct het combinatiecijfer. In 5 vwo worden de eindcijfers voor de vakken maatschappij-leer en levensbeschouwing samengevoegd tot één combinatiecijfer door het rekenkundig gemiddelde van de twee gehele eindcijfers te bepalen.
Voor de volledigheid: een rapport is voldoende als het voldoet aan de eisen:
- Er is ten hoogste één 5, en geen 4 of lager voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.
Én aan één van de volgende eisen:
- Er is ten hoogste één 5 en de overige cijfers zijn 6 of hoger.
- Er zijn twee vijven, de overige cijfers zijn 6 of hoger en het cijfergemiddelde is tenminste 6.0.
- Er is één 4, de overige cijfers zijn 6 of hoger en het cijfergemiddelde is tenminste 6.0.
- Er is een 4 en een 5, de overige cijfers zijn 6 of hoger en het cijfer-gemiddelde is tenminste 6.0.
Én aan de volgende eis(en):
- De handelingsdelen voor alle vakken zoals genoemd in het PTA zijn afgerond.
- (geldt alleen voor de overgang van 5 vwo naar 6 vwo) Geen van de eindcijfers van de vakken uit het combinatiecijfer is lager dan 6.0.
Een rapport is zwak in elk van de volgende gevallen:
- Als het aan bovenstaande eisen voldoet terwijl de handelingsdelen die in het PTA zijn opgenomen, niet zijn afgerond.
- Als het gemiddelde van alle afgeronde cijfers gehaald voor het SE lager dan 5,5 is (de SE-cijfers zijn de gemiddelde cijfers van alle examentoetsen voor alle vakken afgerond op één decimaal).
- Als door ophoging met één punt van een van de rapportcijfers het rapport voldoende wordt.
- (geldt alleen voor de overgang van 5 vwo naar 6 vwo) Als het voldoet aan de eisen voor een voldoende rapport, terwijl één van de afgeronde eindcijfers van het combinatiecijfer lager dan 6 is.
In de overige gevallen is het rapport onvoldoende.
Instromen van 5 havo naar 5 vwo
Na het behalen van het havo-diploma is het mogelijk om onder voorwaarden de studie in 5 vwo voort te zetten. De leerlingen die dit willen dienen in ieder geval Frans of Duits en wiskunde in hun vakkenpakket van de havo te hebben, alsook een extra vak in het havo profiel, omdat er in het vwo een vak meer is vereist.
Tevens dient de leerling aan tenminste een van de twee volgende criteria te voldoen:
- Het gemiddelde van de eindexamencijfers (het combinatiecijfer telt als een cijfer mee) is hoger dan 6,7.
- De meerderheid van alle docenten van de leerling uit klas 5 havo adviseert positief (dus geen twijfel) en er zijn niet meer dan twee docenten met een negatief advies.
Als de leerling het havo-diploma heeft behaald wint de afdelingsconrector van 5 havo de adviezen in en bespreekt deze, indien nodig, met de leerling en diens ouders.
De leerlingen die deze overstap willen maken melden zich in het jaar dat zij examen doen, vóór 1 april bij de decaan.


