Home  |   Foto's  |   Agenda  |   Vakanties  |   Schoolgegevens  |   Webmail  |   ECE  |   Vakken
Maatschappijleer
Inleiding

Maatschappijleer krijg je pas in de bovenbouw, in de vijfde klas. Want je krijgt dit vak pas als je genoeg om je heen hebt gekeken en in staat bent om je eigen opvattingen ter discussie te stellen.

Je leert namelijk in dit ene jaar hoe die ideeën in elkaar steken, en wat voor levensfilosofie daar achter zit. Dat is niet gemakkelijk, althans in het begin. Maar na een paar maanden lukt je dat beter, omdat je naast de theorie ook voortdurend aan je praktische opdracht werkt. Die helpt je de stof toe te passen en dus beter te begrijpen.

Als je de cursus afsluit, zul je net als de andere leerlingen, ontdekken dat je veel geleerd hebt. Je kunt de media (dit woord is meervoud!) volgen en je standpunten aanscherpen.

Maatschappijwetenschappen

Vanaf 2007 kan de havo (C&M en E&M) het bijpassende vak “maatschappijwetenschappen” in het profiel kiezen. Maatschappijleer legt de basis voor dit uitgebreide profiel-examenvak. Die twee horen dus samen. 

Leraren en methode

Maatschappijleer wordt gegeven door de heren Cornelisse en Philippens.

We gebruiken het boek Poema, Politiek en Maatschappij, VU Boekhandel Amsterdam. Deze methode is anders opgezet dan de meeste andere maatschappijleerboeken. Maar het gaat al uit van het programma dat vanaf 2007 voor heel Nederland voorgeschreven is. We lopen dus wat voor op deze school.

Vanaf het begin van het jaar kun je op de site www.philippens.com allerlei benodigde documenten of powerpoint-uitlegprogramma’s downloaden. De klassen van H. Philippens kunnen daar ook hun cijfers (anoniem, via je leerlingnummer) inzien.

De vijf Praktische Opdrachten

De Praktische Opdracht is in 5 onderdelen gesplitst die in de loop van het jaar ingeleverd worden. Iedere keer kun je een aantal punten verdienen die samen opgeteld het eindcijfer vormen. Voor elke deelopdracht is een formulier. Daar vul je steeds onder andere je naam, je klas, en de inleverdatum op in. Dat formulier voeg je bij je gemaakte opdracht. Je opdrachten lever je samen met dat formulier en een lijst van verzamelde artikelen in in een plastic mapje dat aan twee kanten open is. 

Groeischema's

Je begint na hoofdstuk 1 met het kiezen van een sociaal probleem. In PO1 leg je uit waarom dat onderwerp in maatschappijleer past. Je werkt het hele jaar met zogenaamde groeischema's. Bij opdracht 2 (na hoofdstuk 5) moet je vijf artikelen in groeischema zetten. Je vult dan de eerste kolommen in. Een artikel met schema lever je in. De anderen bewaar je. Voor Opdracht 3 moet je achtergronden uitzoeken. Bij opdracht 4 (na hoofdstuk 9) moet je tien artikelen in schema zetten (havo: zeven). Dan moet je alle kolommen invullen. Daarna zoek je er nog 5 geschikte artikelen bij. Aan het eind heb je dan vijftien artikelen (havo: tien) met de groeischema's geanalyseerd.

Afsluiting

Je laatste PO (PO5) houdt in dat je eerst één groot overzichtschema maakt van die vijftien (havo: tien) en je daarna een werkstuk schrijft waarin je aan medeleerlingen uitlegt wat er het afgelopen jaar met je onderwerp is gebeurd. Ons interesseert vooral of het beleid van de overheid veranderd is en welke groepen geprobeerd hebben dat beleid in hun richting te krijgen. 

Eindnakijkers

Voor de eindopdracht worden in de klas vijf deskundige nakijkers aangewezen die de slotopdracht niet doen, maar in plaats daarvan het werk van medescholieren kritisch beoordelen. De vijf nakijkers zijn de leerlingen die de hoogste cijfers gehaald hebben tot dan toe voor de eerste vier PO's.

De nakijker stelt een cijfer voor, de leraar bekijkt of hij/zij het daarmee eens is.

Aanwijzingen voor de Praktische Opdracht

Zie op www.philippens.com de powerpointuitleg “Praktische Opdracht” (1 MB).

Het komende jaar volg je een sociaal probleem voor het vak maatschappijleer in je krant thuis. Niet alleen moet je te weten komen hoe het probleem in elkaar zit, je moet aan het eind van de rit ook precies kunnen beschrijven hoe het beleid daarover zich ontwikkeld heeft. Daarom is het belangrijk dat je een sociaal probleem kiest dat zich daarvoor leent. Informatie over het onderwerp zelf én informatie over plannen en uitvoering van die plannen moet je regelmatig in de krant kunnen terugvinden. Naast de kenmerken die je in het boek vindt, moet je op de volgende punten letten:

  • Gaat het om een probleem dat zeker een jaar zal doorzeuren?
  • Ben je er zeker van dat de overheid (gemeente, provincie, rijk) er een beleid over maken en dat over hun plannen de komende 10 maanden regelmatig gediscussieerd wordt?
  • In Poema staat dat je niet een te algemeen onderwerp moet kiezen, zoals criminaliteit . Er zijn immers vele soorten criminaliteit, waarover vele soorten beleid gemaakt wordt.

 

Voorbeelden

Problemen omtrent het beleid van:

  • witte illegalen (Rijk)
  • asielzoekers in Nederland (Rijk)
  • drugscriminaliteit (Gemeente en Rijk)
  • de gezondheidszorg (Rijk)
  • de tweedeling in Nederland (Gemeente, Rijk)
  • voetbalvandalisme (Gemeente, Rijk)
  • gelijke kansen in het onderwijs (Gemeente, Rijk)
  • de integratie van allochtonen (Gemeente, Rijk)
  • de groei van bepaalde uitkeringen (AOW, WAO, ZW)(Rijk)
  • daklozen (Gemeente)
  • de betaalbaarheid van de gezondheidszorg (Rijk)
  • problemen in het onderwijs: gelijke kansen voor allerlei groepen (Rijk).
  • problemen in het onderwijs: groeiend lerarentekort? (Rijk).
  • langdurig werklozen (Rijk)
  • privatisering van overheidsdiensten (Rijk)
  • problemen in de landbouw: vermindering van landbouwbedrijven, inkomensdalingen bij de boeren (Rijk)
  • de aanpak van armoede in de Derde Wereld (Rijk)
  • de media: ontstaan van een televisiemonopolie (Rijk)
  • zedelijke kwesties als euthanasie/pedofilie (Rijk)
  • de rol van het leger (Rijk)

Dit zijn voorbeelden. Het is goed mogelijk dat er de komende maanden plotseling andere problemen opkomen. Er kan bijvoorbeeld een nieuwe racistische partij ontstaan en er breekt een langdurige discussie los over de vraag of die niet verboden moet worden. Je mag ook het beleid in een ander land onderzoeken. Voorwaarde is dat je er genoeg informatie over kunt vinden in een taal die je leraar verstaat.

Hoe ga je te werk voor je Praktische Opdracht?

Neem iedere dag de krant door. Zoek artikelen die over je onderwerp gaan en noteer er de datum en de afkorting van de krant bij. Knip al die artikelen uit en maak er twee stapeltjes ervan. Een stapeltje met 'zware artikelen' met veel informatie en een stapeltje met lichte artikelen. De tweede stapel houd je als reserve, de eerste gebruik je voor je opdracht. Zoek uit je stapel steeds de meest geschikte uit. Aan het eind van het jaar moet je de vijftien (havo: tien) beste geanalyseerd hebben. Noteer op een apart blad de koppen van de artikelen, de datum en de naam van je krant. Deze lijst moet je steeds aangevuld inleveren. De artikelen ga je analyseren via het 'groeischema'. Je vindt dat onderaan bij de download-bestanden. Bij je PO2 moet je vijf artikelen hebben geanalyseerd, bij je PO4 tien (havo: zeven) en bij je PO5 vijftien (havo: tien). (In je PO1 moet je 'bewijzen' dat je gekozen probleem een sociaal probleem is; bij PO3 moet je een achtergrondverhaal inleveren). Iedere keer dat je iets inlevert moet je een de lijst van de verzamelde artikelen toevoegen. Als je werk inlevert, voeg je het beoordelingsformulier toe waarbij je enkele hoofdgegevens inlevert. Inleveren alleen in insteek-mapjes die aan twee kanten open zijn.

Enkele problemen bij de uitvoering van de Praktische Opdracht

  • Verkeerde keuze van het onderwerp: kies een niet te technisch onderwerp, kies een onderwerp waar veel generaties last van hadden en hebben; kies een onderwerp waarover mensen duidelijk van mening verschillen
  • Zorg dat je alle actoren hebt en bepaal na enkele maanden welke wel belangrijk zijn en welke niet: je moet beginnen met alle artikelen na te vlooien op actoren. Pas na enkele maanden zie je dat er een aantal zijn die toevallig genoemd zijn en niet meer terugkeren. In je eindschema schrap je die.
  • Noteer belangen en waarden waar die er echt toe doen: Er zijn actoren waarvoor het weinig zin om belangen en waarden te noteren. Overheidsdienaren (burgemeester, commissaris van de koning, politiefunctionarissen) en overheidsdiensten horen voor het algemeen belang op te komen en hun eigen waarden en belangen op de achtergrond te houden. Zorg er in elk geval voor dat je belangen en waarden van groepen die met elkaar in de clinch liggen te pakken krijgt.
  • Noteer alleen de ideologieën van groepen met een herkenbare ideologie: De VAP-groepen: Vakbonden, Actiegroepen en Politieke Partijen.
  • Schrijf bij ieder artikel al vanaf het begin op welke plannen een actor maakt. Werk dit steeds bij, zodat je na hoofdstuk 9 Beleid aan de hand van je aantekeningen een definitieve beschrijving kunt geven.
  • Keer steeds naar eerdere schema's terug. Als je verder komt met de stof, lees en herlees je oude verzamelde artikelen en analyseer je opnieuw wat er in staat. Hoe verder je komt in Poema hoe meer je begrijpt wat er staat. Veel wordt je pas later in de stof duidelijk.

Inleverdata PO's

De regeling voor de inlevering is als volgt. Alle PO's moeten aan uiterlijk op de vrijdag van de week die in je studiewijzer staat worden ingeleverd.

Verbeteren?

Voor PO-1 tot en met PO-4 geldt dat ze mogen worden verbeterd. Maar dat mag alleen als ze op tijd zijn ingeleverd. PO-5 kan niet verbeterd worden.

Aftrekpunten bij te laat inleveren?

Je bouwt je cijfer langzaam op met punten. In totaal kun je 100 punten verdienen. Dat totaal wordt aan het eind door 10 gedeeld (voor de nakijkers door 5). PO-5 mag je niet te laat inleveren, dat wordt na de eindinleverdatum niet meer geaccepteerd. Voor de andere PO's geldt dat inlevering binnen een week na de officiële inlverdatum je nog maar de helft van het aantal punten, afgerond naar beneden, oplevert. Ben je twee weken te laat, dan krijg je daar weer hoogstens de naar beneden afgeronde helft van. Na drie weken staan er nul punten voor.

 

 

Op tijd

Binnen een week

Binnen twee weken

Na twee weken

PO1

5

2

1

0

PO2

15

7

3

0

PO3

20

10

5

0

PO4

10

5

2

0

 

Dagrooster Zoekmachine ELO: It's Learning Informatiekunde Enquete voor het Emmauscollege